VU-Kamerorkest home

Carl Philipp Emanuel Bach

Symfonie in C, Wq 182/3


1. Allegro assai -
2. Adagio
3. Allegretto

Carl Philipp Emanuel Bach was de tweede zoon van Johann Sebastian Bach uit zijn eerste huwelijk. Hij was componist, musicus en klavierpedagoog. Zijn muzikale educatie ontving hij van zijn vader. In Leipzig en Frankfort aan de Oder studeerde hij rechten. In 1738 kwam hij in Berlijn in dienst van Frederik van Pruisen. Hij gaf pianoles, en les aan zijn broer Johann Christian, die van 1750 tot 1754 bij hem in huis woonde. Carl Philipp Emanuel schreef het bekendeVersuch über die wahre Art das Klavier zu spielen. In 1767 werd hij kapelmeester, en na de dood van zijn vader probeerde hij diens opvolger te worden in Leipzig, maar daar slaagde hij niet in. Wel kreeg hij eenderde van zijn vaders muzikale nalatenschap toevertrouwd, die hij toegewijd beheerde.

Na de zevenjarige oorlog wilde Carl Philip Emanuel Bach weg uit Berlijn, mede omdat de koning zijn belangstelling voor muziek begon te verliezen. In 1768 werd hij muziekleider aan de Hamburgse kerken (dit ambt was vrijgekomen door de dood van Georg Philipp Telemann), en vanaf toen wijdde hij zich volledig aan het schrijven van kamermuziek en optredens als klaviersolist.

Hij heeft veel invloed gehad op de ontwikkeling van de vroeg-klassieke muziek en in het bijzonder klaviermuziek, vooral door de verdieping en motivische uitwerking van de muzikale uitdrukkingsmiddelen. Duidelijk blijkt zijn afkeer voor alle oppervlakkige uitingen en de clichématige composities van de Galante stijl.

Van de 19 symfonieën die hij schreef, stammen er negen uit zijn Berlijnse tijd als ‘Kammercembalist’ bij Frederik de Grote. In Hamburg ontstonden zijn andere symfonieën, waaronder 6 symfonieën voor strijkers en basso continuo, waarvan wij heden de derde zullen uitvoeren. Hij schreef ze in opdracht van de bekende Baron Gottfried van Swieten, voor wie ook Haydn en Mozart composities hebben geschreven. Johann Friedrich Reichardt was in de tijd dat Bach zijn symfonieën componeerde in Hamburg, en schreef erover ‘daß Bach sich nach des Bestellers Wunsch bei der Abfassung derselben ganz gehen lassen sollte, ohne auf irgentwelche Schwierigkeiten, hinsichtlich der Ausführung Rücksicht zu nehmen’. Ook schreef hij dat het ‘große Orchestersymphonien’ waren. In zijn tijd werd de grote hoeveelheid nieuwe vormen en modulaties met enthousiasme ontvangen; de vernieuwingen die Bach nastreefde zijn ook in deze symfonie goed te horen. Het eerste deel is een opgewekt deel, dat door de modulaties de diepgang krijgt die hierboven al beschreven werd. Dat gaat dan abrupt over in een dramatisch tweede deel, beginnend met één toon van cello en contrabas, hetgeen onmiddellijk de lichtvoetige sfeer van het eerste deel verdrijft. Het derde deel volgt daarop ook weer attacca, en heeft meer het karakter van het eerste deel. Het is een waardige afsluiting van de symfonie die zowel qua vorm als stijl en motieven zo duidelijk tussen de Barok en de Klassieke tijd in zit. Het werk duurt circa 10 minuten, ongeveer even lang als de vroegere symfonieën van Haydn. Barokelementen zijn nog zeker aanwezig, maar de symfonie mag zonder twijfel beschouwd worden als een aanzet tot de klassieke stijl, die zou worden uitgewerkt door Haydn, Mozart en Schubert.

Odette Bruinzeel

VU-Kamerorkest home


View My Stats