VU-Kamerorkest home

Johann Christian Bach (1735-1782)

Sinfonia in Bes, Op 18/2


1. Allegro assai
2. Andante
3. Presto

Een tikje meewarig moeten de zoons van Johann Sebastian Bach naar hun vader gekeken hebben. Papa Bach had best mooie dingen gecomponeerd, en dat hij talent had stond ook als een paal boven water, maar wat hij schreef was zo verschrikkelijk ouderwets. Als de roemrijke traditie van de Bachs op één of andere manier in de muziek voortgezet moest worden, dan zou het roer radikaal om moeten. Met name Johann Christian en Carl Philipp Emanuel hebben zich met verve op deze taak gestort.

Er ontstond in die tijd behoefte aan een nieuwe muzikale stijl, aan een nieuw idioom. In de Barok was de continuïteit (van bijvoorbeeld het ritme in Vivaldi's Vier Jaargetijden) van groot belang. Dit zorgde ervoor dat er vaak meerdere stemmen aktief waren. Was een stem aan het eind van een melodie, dan was er altijd nog wel ergens een andere die nog midden in een melodie zat en zo zorgde dat het totaal nooit tot stilstand kwam.

De “nieuw1ichters” waren wars van dit soort continuiteït. Niet alleen maakten al de stemmen en tegenstemmen de muziek nodeloos complex, er was ook nauwelijks plaats om een nieuwe emotie te introduceren. Voor het creëren van een verse emotie is het immers vrijwel noodzakelijk om de luisteraar tijd te gunnen om de overgang te maken. Zo ontstond een stijl waarin de complexiteit van die barokke muziek werd losgelaten, en juist een overzichtelijke soort van uitdrukken voorop stond. Kenmerkend was dan ook dat er niet meerdere stemmen tegelijk aktief en even belangrijk waren, maar slechts één stem, met een begeleiding die ook overduidelijk als zodanig bedoeld was. Door de continuiteit te doorbreken werd het mogelijk je als componist meer door je direkte gevoel te laten leiden: kreeg je behoefte aan een nieuwe gemoedstoestand, dan zette je de muziek als het ware stil en begon opnieuw (met bijvoorbeeld de introduktie van een nieuw thema).

Johann Christian Bachs Sinfonia heeft alle ingrediënten van de latere symfonieën van Haydn, Mozart en Beethoven. De muzikale taal is helder, en de diverse karakters worden weliswaar uitdrukkelijk naast elkaar geponeerd, maar deze diverse elementen worden weer geïntegreerd door het plaatsen binnen een groter verband. Vöör Beethoven zijn Vijfde kon schrijven moest er nog heel wat gebeuren, maar de kijk op muziek van J.C. Bach wijst al heel duidelijk in die richting.

En wat moet Johann Sebastian van dit alles gedacht hebben? Ach, die schreef als tegenzet aan het eind van lijn leven gewoon nog “Die Kunst der Fuge”. De fuga (een typische continue barokvorm) wordt hier nog eens in zijn volle glorie uitgebuit. Daar konden die zoons van hem met hun nieuwerwetse ideeën nog een puntje aan zuigen.

Hendrik-Jan Bosma

VU-Kamerorkest home


View My Stats